VAKANTIE

De vakantietijd is aangebroken. Corona is redelijk onder controle. We zijn weer vrij om te gaan en te staan waar we willen. Menigeen is al vertrokken naar verre streken of zoekt het dichter bij huis. Na gedane arbeid is het goed rusten! Een tijd van vrij-zijn en van ontspanning doet goed.

Het zou een gruwelijke tredmolen zijn als het eeuwig werken was geblazen. Mensen zouden op mieren gaan gelijken. De vakantie komt elk jaar als een welkome afwisseling. Je neemt even afstand van je werk. ‘Niet hoeven te werken’, zegt de Catechismus van de Katholieke Kerk, ‘is een goddelijk gevoel. Een tijd van feestelijkheid, iets meer mens zijn, een tijd van weten waarom men werkt, van danken voor wat men kreeg’. Het is een tijd van herademen in de atmosfeer van God.

Maar er is méér! Wij hebben ook tijd om anderen terug te vinden. Vakantie is ook de tijd om de banden in je gezin, de banden met je vrienden weer hechter aan te halen. Vader en moeder hebben nu weer alle tijd voor hun kinderen, en voor elkaar. Tijdens een fikse wandeling of fietstocht. Heerlijk de natuur in. Het water in. Het bos in. In speeltuin of dierenpark. Sport en spel komen aan hun trekken. Onderlinge banden worden erdoor verstevigd.

Maar, er is nog méér! Je kunt in de vakantietijd ook wat tijd vrij maken voor God. Hij is tenslotte de Heer van die mooie schepping waarin je zo mag genieten. Misschien laat u de drukte van de camping of van de toeristische plek even achter u; en zoekt u de stilte op. Bijvoorbeeld in een kerk of kapel, in die mooie ruimte van Gods huis, even op adem komen. Als je in iemand gelooft, maak je namelijk ook altijd tijd voor hem. Dat geldt ook voor God.

Prettige vakantie…!

Diaken Albert Soeterboek