GOD IS LIEFDE

De tijden van afstand houden lijken weer een beetje voorbij te zijn. Leken een hand, een schouderklopje, een knuffel of een zoen een zeldzaamheid te worden, steeds vaker zie je mensen elkaar weer spontaan begroeten. Mensen zijn sociale wezens en hebben behoefte aan liefde en aan nabijheid.

Ergens in vijftienhonderd schreef een Vlaamse dichter, Jan Van der Noot, een klaagzang over de liefde. ‘Als het de liefde niet is, wat is het dan wél wat me kwelt?’ vroeg hij zich af. ‘En wat is de liefde? Is ze zoet of is ze zuur? Is ze zacht of hard? Maakt ze blij of maakt ze droef?’ En zo gaat dat maar door, veertien verzen lang. Een smartlap van het zuiverste gehalte. Van der Noot was niet de eerste en ook niet de laatste die zo dichtte. Voor en na hem heeft een hele schare dichters liederen en verzen van dat soort geschreven. Je kent het wel: zo van ‘Je ogen zijn zo blauw en ik sta hier in de kou’, en ‘Je hebt een heel mooi snoetje en ook een heel leuk voetje’ en meer van die rijmpjes of wat ervoor moet doorgaan. Allemaal over de liefde.

De apostel Paulus, toch zeker geen romanticus te noemen, schrijft in zijn brieven over de liefde. In zijn brief aan de Korintiërs zingt hij over de liefde, maar hij is niet te vergelijken met die dichters van die smartlappen. Zij dichten en zingen over iets wat op verliefdheid zou kunnen lijken, over een gevoel dat even vlug voorbijgaat als het opkomt. Paulus daarentegen schrijft over de Liefde met een grote L, over het wezen zelf van de liefde. ‘Wat is liefde’ vraagt ook hij zich af, en uit zijn antwoord blijkt dat hij ze boven alles stelt. Hij mag zijn wie hij wil en hebben wat hij wil, als hij de liefde niet heeft, dan is hij niets, kan hij niets en heeft hij niets. Hij somt ook de kwaliteiten van de liefde op: ze is verdraagzaam, barmhartig en verduldig, ze is niet afgunstig, niet praalziek, niet wraakzuchtig enz. Alles zal verdwijnen, maar de liefde is eeuwig. Dit zijn niet zomaar wat oppervlakkige woorden over een vluchtig gevoel, nee, dit is een wegwijzer voor het leven waarvan de Liefde met een grote L de basis, de bestaansreden zelf is.

Bij het lezen en herlezen van die prachtige Paulustekst dacht ik ineens aan wat Johannes in zijn eerste brief schrijft en wat ook voortdurend uit de woorden en daden van Jezus blijkt: God is liefde. Drie woordjes: God is liefde. God is dus synoniem van liefde, en liefde is een ander woord voor God. We kunnen dus in die tekst van Paulus het woord liefde vervangen door God, en dan lezen we: ‘Ik mag zijn wat ik wil en hebben wat ik wil, als ik God niet heb, ben ik niets, kan ik niets en heb ik niets. God is verdraagzaam, barmhartig en verduldig. God is niet afgunstig, Hij geeft niet om schone schijn, Hij zoekt zichzelf niet, Hij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan. Hij verheugt zich niet over onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Hij verdraagt alles, Hij duldt alles. Alles zal verdwijnen, maar God is eeuwig.’ Misschien zonder het zelf te beseffen, schrijft de apostel Paulus hier een heel mooie ode aan God, vertaalt Hij als het ware God in heel begrijpelijke en heel bevattelijke woorden. Daaruit blijkt dat God niet veraf is, niet onbereikbaar, niet uit op pracht en praal en schone schijn. Nee, God is gewoon liefde, met al het mooie en al het goede wat dat woord inhoudt. En liefde is niet zomaar een woord, nee, het is een werkwoord. God zit dus niet zomaar een beetje onbewogen, als een onbewogen beweger, op zijn wereld en op zijn mensen neer te kijken. Nee, Hij is actief met hen, met ons bezig. In, met, door liefde. Want God is liefde.

En God, die liefde is, is niet opdringerig. Hij dwingt mensen niet zijn liefde aan te nemen, Hij respecteert de vrijheid van de mens die Hijzelf geschapen heeft. Dat doet ook Jezus. Hij dringt zichzelf en zijn Blijde boodschap niet op. Wanneer Hij later zijn leerlingen uitzendt om zijn woord te verkondigen, geeft Hij hun dat ook als richtlijn mee: als je ergens niet welkom bent, schud dan het stof van je voeten en ga verder. Je mag de mensen niet dwingen, want liefde is niet opdringerig, God is niet opdringerig.

Liefde is verdraagzaam, barmhartig en verduldig. Ze is niet afgunstig, geeft niet om de schone schijn, en rekent het kwade niet aan. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij. Alles zal verdwijnen, maar de liefde is voor eeuwig. Wie we ook zijn en wat we ook hebben, als we die liefde niet hebben, zijn we niets, hebben we niets, kunnen we niets. Want zonder die liefde verwijderen we ons van God, God die liefde is. En zonder God, die is voor eeuwig, zijn we niets, hebben we niets, kunnen we niets…

Diaken Albert Soeterboek