OVERVLOED AAN BROOD MAAR HOE ZIT HET MET ONS GELOOF....

Zo aan het begin van de zomer moet ik altijd denken aan het verhaal van de broodvermenigvuldiging. Zeker als ik mensen zie picknicken langs de kant van de weg, in de natuur, op een parkeerplaats... We hebben door de versoepelingen van de Corona-maatregelen weer wat meer mogelijkheden. Al gaat het nu naar mijn mening wel erg hard. We hopen dat we daarvoor na de zomervakantie de tol niet hoeven te betalen.

Jezus trekt er in het evangelie met zijn leerlingen op uit. Ze hebben een megagrote picknick gehouden in het open veld. De grootste hitte was voorbij, de menigte had overvloedig gegeten en de zon begon langzaam te zakken, die namiddag van de broodvermenigvuldiging. De leerlingen hadden, samen met een aantal enthousiaste vrijwilligers uit het publiek, de boel wat opgeruimd en twaalf grote korven met broodresten gevuld. Jezus zelf had zich in stilte op de berg teruggetrokken. 's Avonds, bij het vallen van de duisternis, voer Hij met de leerlingen, per boot terug naar Kafarnaüm.

Het verhaal over dat teken dat Jezus had gedaan ging als een lopend vuurtje rond en de mensen waren ervan overtuigd dat God nu toch eindelijk die lang verwachte Messias had gestuurd. Niemand zou nog honger moeten lijden en die gehate Romeinen zou Hij in de kortste tijd verdrijven. Die man moesten ze kost wat kost tot koning kronen, dan zou alles goed worden. Dus gingen de mensen op zoek naar Jezus, maar noch Hij, noch zijn leerlingen, waren te vinden. Dan maar naar Kafarnaüm, want, zo wisten ze, daar woonde rabbi Jeshua. Uiteindelijk vonden ze Hem bij de oever van het meer. Jezus zag hoe blij en opgelucht ze waren omdat ze Hem hadden gevonden, maar Hij kende hun bedoelingen en zei tot hen: Jullie hebben mij nu gevonden, Oké, het zij zo, maar je hebt de boodschap die ik jullie met dat teken wilde geven niet begrepen. Je hebt me gezocht omdat je mee van die broden en vissen hebt gegeten en volledig verzadigd waart. Lieve mensen, wat je helemaal niet hebt begrepen, is waar het Mij eigenlijk om ging. Jullie lichaam mag dan wel verzadigd zijn, en dat is goed, maar jullie geest blijft nog altijd met de honger zitten. Jullie moeten je niet zozeer inspannen voor het eten van elke dag. Want dat zal alleen maar bederven wanneer je het te lang bewaart. Je moet je vooral inspannen voor iets wat blijft, voor voedsel dat je geest voedt en goed is voor het eeuwige leven.

Is dat niet de zware ziekte van de mens, ook in onze tijd? Alles draait om het materiële. Om eten, drinken, luxe en amusement. Wij willen allemaal een goed en een rijk leven waarin alles alleen maar om ons draait. En als er dan iets gebeurt waardoor we zouden moeten delen, dan slaat de angst ons om het hart. Wanneer ik moet delen dan heb ik zelf minder…! En dat is voor velen niet te verdragen. Afstand nemen van het materiële is voor velen het moeilijkste wat er bestaat. En toch voelen we vandaag, in deze moderne tijd, ook meer en meer aan dat ook onze geest voedsel nodig heeft. Niet voor niets schieten allerlei spiritueel ogende organisaties als paddenstoelen uit de grond. Boeddhisme, Ayurveda, Yoga of Mind-fullness. Mensen verlangen naar geestelijk voedsel en zoeken naar de zin van het bestaan. Allerlei Goeroes, psychologen en geestelijke gezondheidswerkers verdienen er zelfs een goed belegde boterham mee.

Jezus wijst ons op het feit dat we dringend ook iets voor ons geestelijk leven en onze geestelijke ontwikkeling moeten doen. Ook onze geest heeft voedsel nodig. En juist dat voedsel biedt Jezus ons aan. Hem kunnen we vertrouwen, want God zelf heeft meerdere keren zijn vertrouwen over Hem uitgesproken. Op de vraag van het Joodse volk wat ze moeten doen om Gods wil te volbrengen antwoordt Jezus: ‘Wat God van U vraagt is dat ge gelooft in diegene die door Hem werd gezonden.’ Jezus’ woord en leer is het nieuwe brood dat God uit de Hemel laat neerdalen om opnieuw leven in de wereld te brengen. Wanneer wij ons in ons leven aan Jezus’ woord houden, dan hebben we voldoende voedsel voor ons geestelijk leven, dan zullen we geen honger meer kennen en geen dorst meer lijden.

Ik hoop dat u deze gedachten eens overweegt als u misschien deze zomer op een mooie dag, op anderhalve meter afstand, met familie en vrienden bij een barbecue zit of uit een picknickmand broodjes smeert, thee of koffie schenkt en geniet van onze mooie natuur...

Diaken Albert Soeterboek