MINDER SNOEPEN OM BETER TE ETEN

Vasten. Ik denk aan de snoeptrommel van vroeger. Als kind was ik ijverig wat dat betreft kan ik me herinneren. Ik stopte het snoep dat ik kreeg in de 40-dagentijd keurig in een trommel. Maar mijn broers redeneerden anders. Het is zonde om dat snoep zo lang in de trommel te laten zitten, straks wordt het slecht. Dus gaan we wat ‘helpen’. Ze vonden mijn verstopte trommel en ge kunt raden wat er gebeurde. Het was voor mij vasten door dat snoep niet meteen op te kunnen eten. Maar het was extra vasten om mijn broers te verdragen die zo iets deden, al kon ik er later om lachen. Misschien hebt u van uw jeugd soortgelijke ervaringen met snoeptrommels of andere zaken.

We zijn nu volwassenen maar het komt toch op hetzelfde neer. Het gaat dan niet meer om snoep maar om andere zaken die je dierbaar zijn. We hebben allemaal onze kleine afgodjes: dingen die wij heel leuk, lekker of zalig vinden: bepaalde voedsel of drank, smartphone, tv-kijken, films kijken, hobby’s, kleding, shoppen, sport, werk, feestjes, uitgaan, vakantie. Of soms zit het meer op psychologisch terrein: waardering willen krijgen of bevestiging, belangrijk geacht willen worden, schouderklopjes willen krijgen, eer willen ontvangen, dat er gelachen wordt om de grapjes die je maakt, dat er aandachtig geluisterd wordt naar de verhalen die je vertelt, enz... Het zijn allemaal dingen die ons leven smaak geven, die als snoepjes zijn in ons leven. In de vastentijd worden we uitgenodigd enkele van deze snoepjes in een trommel te doen. Waarom? Om zo meer ruimte te maken om het werkelijke dat het leven ten diepste smaak geeft: Gods liefde en de liefde tot de naaste. Onze band met Christus die we willen navolgen. We kunnen zo ervoor zorgen dat al die snoepjes die op zich goed zijn ons toch niet teveel gaan inpakken, in slaap sussen of onze honger wegnemen zodat we het werkelijke voedsel van het leven te weinig tot ons nemen.

In de veertigdagentijd geven we aan die oproep van de Heer gehoor door in ons leven meer tijd en aandacht te hebben voor drie belangrijke zaken: soberheid (vasten), vrijgevigheid (aalmoezen) en gebed. Jezelf iets ontzeggen kan ons de ogen weer openen voor de zo dikwijls als vanzelfsprekend aanvaarde welstand, om niet te zeggen luxe waarin we leven. Vrijgevigheid kan ons de ander weer laten ontdekken bijzonder de zwakkeren en noodlijdenden. Bidden kan ons weer in gesprek, in contact brengen met God. Het moge ons uitnodigen om die band met de Heer te intensiveren. Ik wens jullie allen een gezegende en vruchtbare veertigdagentijd toe.

Pastoor Hedebouw