ONMACHT EN HOOP

Onmacht. Een gevoel waar we allemaal wel eens tegenaan lopen. Onlangs hoorde ik over een ouder die geen contact meer had met een kind. Vreselijk moet dat zijn. Ik ga nu niet in op de reden waarom en de schuldvraag maar laat het duidelijk zijn dat er altijd twee kanten zijn aan een verhaal. Maar hoe het ook gekomen is, het feit blijft dat er geen contact meer is. Wat die ouder ook doet, het is ijzig stil aan de overkant. Mensen kunnen onbereikbaar zijn of zich onbereikbaar maken om welke reden dan ook.

In deze oktobermaand Mariamaand moet ik denken aan Maria bij de 4de statie van de kruisweg: ‘Jezus ontmoet zijn bedroefde moeder.’ Zij voelde zich ook onmachtig. Jezus was in zekere zin onbereikbaar. Letterlijk omdat de Romeinse soldaten verhinderden dat mensen langs de weg bij Jezus konden komen. Ze mochten de veroordeelden niet benaderen. Maar ook figuurlijk omdat Jezus die weg moest gaan van lijden en er was niets aan te doen. Hoe graag zou Maria Jezus lijden willen verlichten, verzachten, maar het kon niet. ‘Ik stond erbij en ik keek ernaar’ was geheel van toepassing. Het enigste wat Maria nog kon geven was haar blik. Een blik kan veel zeggen, soms meer dan woorden en daden. Een blik kan iets laten zien van een innerlijke houding, een diepere laag van een mens. En die blik van Maria zal veel droefheid in zich hebben gehad, veel pijn, het gevoel van onmacht, het gevoel van zo graag willen en niet kunnen. Maar zou het ook een blik zijn geweest van bij de pakken neerzitten, klagen, kankeren, wanhopen, wegzinken in depressie? Neen. Zelfs in die omstandigheden bleef de hoop binnen haar bereik.

Bij deze overweging kwam ik op een mooie tekst van een zekere Jacques Philippe die van toepassing is op de ervaring van de onbereikbaarheid van mensen: “In zo’n toestand moeten wij onszelf zeggen dat we naar het schijnt weliswaar geen enkel concrete mogelijkheid meer hebben om in te grijpen, maar dat het ondanks alles mogelijk blijft te geloven, te hopen en lief te hebben. Geloven dat God deze mens niet verlaat en dat het gebed voor hem ter zijner tijd vrucht zal dragen; alles blijven hopen van de trouw en de macht van de Heer; van deze mens blijven houden, hem blijven dragen in je hart en in je gebed, hem wanneer dat van toepassing is het aangedane kwaad vergeven, of welke andere manier ook zoeken om uitdrukking te geven aan je liefde, zoals het zich voordoet, een liefde die zich dan wel niet in zichtbare daden kan tonen, maar die zich uitdrukt in vertrouwen, toewijding, vergeving. Een liefde die des te zuiverder en groter is, naarmate ze armer is. Zelfs als wij absoluut niets meer aan concrete hulp kunnen bieden, bewaren we toch deze innerlijke vrijheid om door te gaan met liefhebben, een vrijheid die ons nooit door welke omstandigheden dan ook, hoe tragisch ook, kan worden ontnomen. “

Het is ondanks de moeilijk ervaring van onmacht een zegen dat we als Christenen nooit de hoop hoeven te verliezen. Maria kan ons altijd daarbij helpen.